Mels Bol

Drummer Mels Bol (Rotterdam 1952) begon in 1968. Na vele omzwervingen met blues groepen en commerciële orkesten ontstond de interesse in jazz . De kiem lag bij leraar drummer Cees See . Later speelde ik in projecten voor geïmproviseerde muziek. Naast musiceren in kleine bezettingen, blijft het spelen in Big Bands met zijn vele muzikale uitingsvormen enerverend om te doen.

Rieks Schreuder

RieksRieks (bouwjaar 1953) is een ervaren bassisst die naast Fellows ook in een coverband speelt. Behalve een 4- en 5-snarige basgitaar beschikt hij ook over een fretloos model en een heuse contrabas. Muzikaal gezien is hij een alleseter (afgezien dan van klassiek), maar met een grote voorliefde voor jazz.

Murdoch Bentvelzen

MurdochMurdoch heeft heel wat te stellen bij de Fellows Bigband. Hier vertelt hij daar meer over:

,,Een gitarist in een bigband.
Als je een gitarist heel duidelijk hoort bij een big band, dan moet ie dimmen.
Dan staat zijn versterker te hard.
Boze blikken naar de gitarist.
Als ie er niet is, dan mis je iets. De big band klinkt dan minder groovy.
Ik dacht inmiddels (na meer dan tien jaar ervaring in andere bigbands) daar mijn weg in te hebben gevonden.
Toen kwam de Fellows Bigband op mijn pad.
Deze big band kent wel degelijk zijn klassiekers: Glen Miller, Count Basie.
Echter, deze bigband houdt ook van feesten.
PUMP UP THE VOLUME.
Dan staat de versterker te zacht.
Boze blikken naar de gitarist.
OK, OK.
Ik moet nu bij de Fellows Bigband ook laten horen, dat ik (naast Freddy Green van de Count Basie Big Band) ook naar andere gitaarhelden heb geluisterd (zoals Wes Montgomery, Pat Martino, John Scofield, Anton Goudsmit, Jimi Hendrix etc., etc.). Soms komt er nu, tijdens solo’s, rook uit mijn versterker”

Dario Lo Cascio

DarioDario kwam in het najaar van 1982 (!) bij de bigband, toen nog onder de leiding van Peter Stöve. Nu zijn we (Paul Gompes, even afgewisseld met Jim Jarnell, Bart Tuinman en Loet) vier dirigenten verder. Bij het aantreden van Dario zat Martijn Heus al in de band en vlak daarna kwam Hennie erbij. Veel later, maar nog ik de Peter-tijd, schoven Martijn B en Krijn aan.

Dario moest wel wennen in het begin. ,,Ik had totaal geen benul van jazz-timing en akkoorden – spelen/ lezen / schema’s. Na een paar weken had ik de theorie (wat is een C7 akkoord) wel onder de knie, maar het heeft toch nog een dik jaar geduurd voordat ik dan ook tijdig de juiste toetsen wist in te drukken. Maat houden was ook lastig. Dus vaak was ik eerder of later klaar als de rest. Met Peter ben ik dan ook musicaal nooit bevriend geworden.”

Met Paul Gompes waren het tijden van feesten, vriendschap, oefenweekenden, drank, anarchie en een onvergetelijke tournee naar Italië. Dario: ,,Daar hebben we Bart, Angela en Loet aan overgehouden. Door Paul is de band een vriendenclub geworden en die uitstraling is er nog steeds. Met Bart en zeker Loet heeft het muzikale deel weer meer en de nodige aandacht gekregen.”

De reden van een wisseling was vrijwel nooit dat men de band niet meer leuk vond, weet Dario. ,,Regelmatig optreden is overigens wel een vereiste voor het plezier. Zo’n zes optredens per jaar is echt het minimum. Teveel is ook weer niets. Ik kan me een tijd herinneren met vijf optredens in twee maanden tijd, plus tussendoor repeteren. Dat was het ook niet, het begon op slecht betaald werk te lijken, de optredens zelf hielpen hier niet aan mee. Elk optreden en zeker de weekends stonden en staan wel garant voor een of meer hilarische niet na te vertellen momenten.”

Sinds een jaar of zeven is de band de enige muzikale activiteit van Dario: ,,Het streven is om eerdaags, nu de kinderen wat groter zijn en ’s middags geen dutje meer doen, weer (meer) te gaan oefenen. Ja, Loet er is hoop.”